Ga naar inhoud

Instellingen

Hoe de Panasonic Aquarea de stooklijn en de kamerthermostaat gebruikt.

Hoe de stooklijn wordt toegepast

  • De warmtepomp rekent de doeltemperatuur (Ta) lineair uit tussen de twee punten en rondt naar boven af. Uitkomst 28,05 °C → doel 29 °C. De aanvoer ligt daarom vaak 1 à 2 °C boven wat u verwacht.
  • Bij het doel toert de compressor terug. Komt de aanvoer 2 °C of meer boven het doel, voor 3 minuten, dan stopt de warmteproductie. Voorbeeld: doel 30 °C → op 31 °C toert hij af naar minimum → na 3 min op 32 °C stopt hij.
  • Hij start weer als de watertemperatuur 3 °C onder de retourtemperatuur bij het stoppen ligt en hij minstens 3 minuten uit is geweest.
    flowchart LR
    A["Doel (Ta): lineair, naar boven afgerond"] --> B["Aanvoer bereikt doel: compressor toert terug"]
    B --> C{"Aanvoer 2 °C of meer boven doel, 3 min?"}
    C -- nee --> B
    C -- ja --> D["Warmteproductie stopt"]
    D --> E{"Water 3 °C onder retour bij stop en 3 min uit?"}
    E -- nee --> D
    E -- ja --> A
  
  • Met de shift verschuift u de stooklijn van −5 tot +5 °C, op de afstandsbediening, in de cloud of met HeishaMon.

Minimaal vermogen in de praktijk

De datasheets noemen geen minimaal vermogen. Met een stooklijn zijn deze waarden realistisch:

ModelMinimaal vermogen
WH-MDC05H3E51400 W
WH-MDC07H3E5, WH-MDC05J3E5, WH-MDC07J3E5, WH-MDC09J3E52500 W

Bronnen

Valse stops door de buitentemperatuur

De warmtepomp middelt de buitentemperatuur niet. Stijgt de buitentemperatuur 1 °C, dan daalt het doel direct. De warmtepomp kan dan stoppen terwijl de kamer nog niet warm is. Oplossingen:

  • Maak de stooklijn vlakker.
  • Gebruik een externe kamerthermostaat (zie hieronder).
  • Compenseer met een HeishaMon-rule: verhoog de shift als het doel daalt door de buitentemperatuur. Zie de HeishaMon-documentatie.

Bronnen

Kamerthermostaat

De afstandsbediening kan als kamerthermostaat werken, maar heeft nadelen:

  • Alle temperaturen worden afgerond. De schakelbreedte is daardoor 1 °C: bij 20 °C ingesteld gaat hij uit op 21 °C en weer aan op 19 °C (dit is 19,0 tot 19,99 °C).

  • Hij past een compensation curve toe op basis van de kamertemperatuur. U kunt die niet uitzetten.

  • De sensor van de afstandsbediening zit rechts onder in het scherm. Lichaamswarmte van iemand die er vlak voor staat, beïnvloedt de meting. Dit herstelt na enkele minuten. Een wijziging van de thermostaatcorrectie met 0,5 °C kan zo toch een veel groter effect tonen.

  • De Zone1-waarde Actual temperature in de cloud heeft een resolutie van 0,5 °C. De waarde RC-1: Room thermostat internal sensor temperature en het display zijn naar beneden afgerond op hele graden.

Meningen verschillen.

Het display toont hele graden. Eén gebruiker zegt dat het afrondt naar de dichtstbijzijnde graad (21,6 wordt 22). Een ander zegt dat het naar beneden afrondt. De nauwkeurigheid van de sensoren zelf is niet bekend.

Wilt u op de stooklijn sturen in plaats van op de kamertemperatuur? Kies dan op de afstandsbediening Systeeminstellingen → Zone & sensor → Sensor op Watertemperatuur. Staat de sensor nog op ruimtethermostaat, dan verwarmt de unit niet zolang de kamer boven het setpoint blijft. Na de wissel is de afstandsbediening geen thermostaat meer. U kunt dan de stooklijn verschuiven (−5 tot +5), ook met de weektimer, bijv. voor een lagere of hogere stand bij wisselende energieprijzen.

Met de watersensor staat de warmtepomp altijd aan. Dat gaat goed als stooklijn en afgifte passen bij het warmteverlies. Anders kan het te warm worden. Een externe thermostaat is dan een optie.

Een externe thermostaat geeft alleen een aan/uit-signaal. De warmtepomp en de cloud kennen het setpoint en de kamertemperatuur dan niet. De cloud kan die temperatuur dus niet tonen. Alleen als de installateur de afstandsbediening in de kamer hangt en als interne thermostaat instelt, ziet u de kamertemperatuur in de cloud en verdwijnt de shift van ±5. De HACS-integratie werkt via de cloud en kan daarom hetzelfde als de app. Een lokaal alternatief is HeishaMon, zie HeishaMon.

Een externe thermostaat met een kleinere, instelbare schakeldrempel werkt beter. Er zijn twee aansluitingen:

CN4 (externe bediening)CN2 (externe thermostaat)
SpanningZwakstroom, UTP-kabel mogelijk230 V, dikkere kabel en geschikte thermostaat
EffectSchakelt de warmtepomp uit, zoals de aan/uit-knopSchakelt alleen de warmte-/koelvraag
TapwaterOok geen SWW meerSWW blijft werken
ShiftBlijft beschikbaarNiet beschikbaar

Bij CN4 moet de instelling External control aan staan.

Let op: 230 V op CN2.

Op CN2 staat netspanning. Gebruik een thermostaat en kabel die geschikt zijn voor 230 V.

Bronnen

Backup heater bij het ontdooien

Daalt de retourtemperatuur (Tr) onder 27 °C, dan gebruikt de warmtepomp de backup heater bij het ontdooien (COP 1). Boven 27 °C haalt hij de energie uit het cv-water. Twee knoppen houden de Tr hoger: de stooklijn en de ΔT van de waterpomp. Voorbeeld: Ta 33 °C bij 3 °C buiten en ΔT 5 geeft Tr 28 °C.

Meningen verschillen.

  • Ook met Tr 28 °C kan de heater bijschakelen als de Tr tijdens het ontdooien onder 27 °C zakt, bijv. bij een klein seriebuffervat.
  • Bij een T-CAP met veel vloerverwarming kost Tr boven 27 °C zoveel vermogen dat het huis te warm wordt. Ontdooien met COP 1 is dan de betere keuze.
  • Een gebruiker zag bij Tr 26 °C en 11 ontdooicycli de heater nooit aangaan.

Zie ook storingen: ontdooien.

Bronnen

Sturen op minimaal vermogen (HeishaMon)

Met HeishaMon kunt u de warmtepomp langer op minimaal vermogen laten draaien. Dit geeft langere runs, een hogere COP en minder pendelen:

  1. Start de warmteproductie: zet het doel 3 °C boven de retourtemperatuur.
  2. Zodra de compressor draait: zet het doel 1 °C onder de huidige watertemperatuur.
  3. Herhaal dit tot de kamer op temperatuur is.

Gebruik dit alleen boven de buitentemperatuur waarbij het minimale vermogen groter is dan de warmtevraag. Zie de HeishaMon-documentatie voor rules.

Bronnen

Stille modus

De stille modus (Quiet Mode, QM 1 tot 3) begrenst de compressorfrequentie en het toerental van de ventilator. De unit maakt minder geluid, maar levert ook minder vermogen. Volgens de topicstart daalt het rendement. Met HeishaMon zet u de modus met SetQuietMode, zie HeishaMon.

  • Zachtere start. Zonder stille modus schiet de compressor bij de start door naar hoog vermogen. Het doel wordt snel overschreden en de unit stopt. Met QM3 start hij rustiger en blijft hij langer op laag vermogen draaien. Dit helpt vooral bij mild weer en bij een klein watervolume (bijv. 30 L).
  • Vermogen. Gemeten voorbeelden: 1,2 kW opgenomen met QM tegen 2 kW zonder; 3,2 kW geleverd met QM3 tegen circa 5 kW met QM0.
  • Ventilator. Op een 5 kW H-serie draaide de ventilator 200–250 r/min op QM3 en 300–400 r/min op QM0.
  • Tapwater (SWW). Op een 12 kW H-serie verlengt QM de SWW-run: 7 kW in minder dan een uur zonder QM, 4 kW in ruim 1,5 uur met QM2 of QM3. Op de J-serie zagen gebruikers geen verschil.

Meningen verschillen: stille modus en ontdooien.

  • Meerdere gebruikers schrijven dat QM meer ontdooicycli geeft, door de lagere ventilatorsnelheid. Een hogere luchtsnelheid bij gelijk vermogen geeft minder ontdooicycli.
  • Een ander verwacht juist minder cycli, omdat QM ook de compressor begrenst.
  • Minder cycli per uur met QM komen ook door het lagere vermogen. Per opgewekte kWh blijft het aantal volgens een installateur gelijk of stijgt het iets.

Zie ook Ontdooien en Pendelen.

Bronnen

Pompsnelheid en max duty

De circulatiepomp heeft twee standen in het installatiemenu:

  • ΔT. De warmtepomp kiest zelf de pompsnelheid bij de ingestelde ΔT. Een kleinere ΔT geeft een snellere pomp. Max duty is dan een bovengrens.
  • Max duty. De pomp draait altijd op de ingestelde duty.

Max duty is het maximale vermogen van de pomp, niet de flow. De flow hangt af van de weerstand van het systeem. De controller toont de waarde hexadecimaal; HeishaMon (SetMaxPumpDuty) gebruikt decimaal. Het bereik is 64–255 (0x40–0xFF), in stappen van circa 0,4 %. Zoek de juiste waarde met proberen: wijzig de duty, wacht circa 5 seconden en lees de flow af.

WaardeWat gebruikers melden
0x50 (80)J-serie: laagste werkelijke duty. Lager instellen kan, maar heeft geen effect. Max volgens de service manual: 0xC5
0x5E–0x7D (94–125)Optimum op één installatie: 94 bij minimaal vermogen, 120 bij maximaal vermogen
0x64 / 0x7D (100 / 125)Zonder HeishaMon: circa 100 boven het vriespunt, 125 eronder
0xC0 (192)Advies bij een te lage max duty: zet hem een stuk hoger
  • Een lagere flow geeft een grotere ΔT. Het water moet dan warmer zijn voor hetzelfde vermogen. Dat kost compressorvermogen. Het optimum ligt waar pompvermogen plus extra compressorvermogen het laagst is.
  • ΔT-stand tegen overshoot. Een gebruiker meldt dat de pomp in de ΔT-stand start rond 10 l/min en pas later versnelt. Het verschil tussen Ta en Tr wordt dan groter (hier soms 10 °C tijdens de start). De compressor gaat dan eerder terug in toerental. Een vaste hoge max duty geeft juist overshoot. Zie Pendelen.
  • Ontdooien negeert max duty. De pomp gaat dan naar circa 30–32 l/min.
  • Dynamische pompsnelheid. Met HeishaMon kunt u de max duty laten volgen op de buitentemperatuur of de compressorfrequentie. Zet de pomp dan op max duty, niet op ΔT. Zie het voorbeeld in HeishaMon: rules.

Meningen verschillen: max duty en SWW.

  • Een gebruiker zag een SWW-run op 35 Hz bij max 12 l/min. Met een hogere max duty liep de run op 75 Hz. Met een lage max duty kunt u volgens hem SWW op laag vermogen maken.
  • Een ander ziet de flow bij een Force DHW-run ruim boven de ingestelde max uitkomen.

Voor flowstoringen, zie Storingen: H62.

Bronnen

Tapwater-instellingen

Algemene regels over SWW staan op Tapwater. Panasonic-specifiek:

  • DHW capacity (System setup → DHW capacity, J-serie en nieuwer). Standaard: eerst vol vermogen tot de maximale aanvoer (57 °C bij een gebruiker met 9 kW), daarna hogere flow en dalend vermogen. Variabel: niet het volle vermogen, dus minder geluid, bijv. ’s nachts. Volgens de handleiding verwarmt Variabel de tank snel op en houdt hij de temperatuur daarna efficiënt vast; Standaard verwarmt met het nominale vermogen. De optie is er alleen als de tankaansluiting (Tank connection) op YES staat. Bij F12 adviseerde een Panasonic-monteur standaard, zie Storingen.
  • Smart DHW (J-serie): de tank overdag binnen een band van 5 °C houden. De H-serie kent alleen setpoint, ΔT en een tijdvenster.
  • Overname door het element. Vanaf 53 °C tank verwarmt het element (tankheater of backup heater) verder; zie Tankheater.
  • Timer. In de weektimer kiest u per blok verwarmen/koelen en tank, apart of samen. Alternatief: laat de modus altijd op Heat+DHW en verlaag met de timer alleen het SWW-doel. Lager dan 40 °C kan niet.
  • DHW defrost (Force DHW → DHW-defrost, L-serie; K-serie gemeld). Ja: de unit ontdooit uit het SWW-vat. Bij koud, vochtig weer gaf dat bij een gebruiker een kringloop van ontdooien en vat opwarmen; met de vloer en een buffervat ging het beter. De afweging staat op Tapwater en ontdooien.

Bronnen

Sterilisatie

De sterilisatierun (anti-legionella) stelt u in op de controller onder Installer → Operation → Tank → Sterilization (Nederlands: Bedrijfsinstellingen → Tapwater → Sterilisatie). In de Service Cloud kunt u de sterilisatie niet plannen. U kiest de dag, het tijdstip, de temperatuur en de houdtijd: hoe lang het vat op temperatuur blijft (5 minuten tot 1 uur, Ster. max time).

Verloop en voorwaarden:

  • De compressor verwarmt tot 53 °C. Daarna neemt het element het over tot het doel, bijv. 65 °C. Welk element en welke menu’s, zie Backup heater.
  • De Operating Mode moet DHW bevatten (Heat+DHW, Cool+DHW). Zonder DHW komt het element niet in.
  • De run stopt bij succes, na 8 uur proberen of als de tankmodus stopt. Een weektimer die tijdens de run de tankmodus uitzet, breekt de run dus af.
  • Haalt de run het doel niet? Mogelijke oorzaken: groot vat, veel tapwater tijdens de run, slecht aangesloten element, maximaalthermostaat te laag.

Let op: Legionella.

Een afgebroken run desinfecteert het vat niet. Controleer na de run dat het doel is gehaald. Zie Legionella.

Bekend probleem (J-serie met externe tankheater): na een ontdooicyclus met de backup heater ging de tankheater niet meer aan, als doel − DHW-delta boven de tanktemperatuur lag. Een gebruiker met een vast SWW-venster in de middag heeft er minder last van: dan zijn er minder ontdooicycli.

Bronnen

Power Off en Thermo Off

De Service Cloud toont op het statusscherm Power Off of Thermo Off:

  • Thermo Off: er is warmtevraag, maar de compressor staat uit, bijv. omdat het water warm genoeg is. Thermo aan/uit komt neer op compressor aan/uit.
  • Power Off: de warmtepomp staat uit, bijv. door OFF in de weektimer. Een lager kamersetpoint geeft Thermo Off.

Let op het verschil als u de warmtepomp ’s nachts uitzet, zeker met een thermostaat op CN4 (die werkt als de aan/uit-knop). Bij een M-serie in een stand-alone opstelling kan de vorstbeveiliging starten als de unit niet draait. Hoe u de weektimer instelt en activeert, staat bij Cloud: weektimers.

Bronnen

Force defrost

De instelling Force Defrost staat bij de monoblock onder Installer Setup → System setup. U komt er alleen bij als de warmtepomp uit staat.

  • Auto: de unit ontdooit volgens een tijdschema onder een bepaalde temperatuur, ook als het niet nodig is.
  • Manual: de unit ontdooit alleen als het echt nodig is. Dit is het advies.

Een gebruiker met een J-serie had op Auto meerdere ontdooicycli per ochtend bij RH boven 80 % en minder dan 6 °C. Na de wissel naar Manual had hij die niet meer. In de Service Cloud en bij de L-serie heet de optie Ontdooi forceren met de keuze - of Aanvraag (request); het topic geeft niet aan wat die keuze doet. Volgens de handleiding start de unit op Auto een geforceerde ontdooiing na 3 uur draaien zonder ontdooicyclus bij een buitentemperatuur onder 5 °C. Zie ook Ontdooien.

Bronnen

Externe thermostaat en shift

Staat de warmtepomp op Externe thermostaat (CN2), dan is de shift niet beschikbaar. Ook via HeishaMon werkt de shift dan niet. De stooklijn zelf blijft werken. Een gebruiker bouwde een eigen shift: hij verschuift met HeishaMon alle punten van de stooklijn tegelijk.

Bronnen