Ga naar inhoud

Bekabeling en beveiliging

Deze pagina gaat over de elektrische aansluiting van een Panasonic Aquarea: voedingskabels, automaten, aardlek, werkschakelaars en de stuurdraden naar de print.

Let op: Netspanning en de norm.

Op de voeding, de print en de klepaansluitingen staat 230 V of 400 V. Schakel alle groepen uit en meet na voordat u iets aanraakt. Deze pagina vervangt de installatiehandleiding en de NEN 1010 niet. Twijfelt u? Laat een erkend installateur de aansluiting maken.

Zie ook: Kamerthermostaat op CN2/CN4 · Communicatiefout H90 · Heaterstoringen H70, H91 · Backup heater · Sensoren

Twee voedingen

Een 1-fase monoblock heeft twee voedingen: één voor de compressor (power supply 1) en één voor de backup heater van 3 kW (power supply 2). Elke voeding krijgt een eigen groep en een eigen kabel.

  • In de unit zitten twee aardlekschakelaars (RCCB’s). Die beveiligen de voedingskabel niet. Zet elke kabel in de meterkast dus achter een eigen automaat of aardlekautomaat.
  • Gangbaar is per groep een kabel 3×2,5 mm² (bijv. YMvK). Een dikkere kabel (6 mm²) geeft geen voordeel en is stug om in de unit te leggen.

Bronnen

Automaten: B16, B20 of C16

De service manual van de L-serie (5, 7 en 9 kW) noemt 25 A voor power supply 1 (kabel 3×2,5 mm², aardlek type A) en 15/16 A voor de backup heater (kabel 3×1,5 mm², aardlek type AC). Bij de binnenunit SDC0509L6E5 staat voor de backup heater 30 A en 3×4,0 mm². Met een netaansluiting van 3×25 A kiezen de meeste gebruikers lager:

ModelPraktijk
5 kWB16 is ruim genoeg. Service manual 5L: terugtoeren bij 12,0 A, stop bij 15,0 A.
7 en 9 kWFormeel tot 17 A. Meestal gaat B16 goed; B20 geeft meer marge.
9LToert terug bij 14,8 A (koelen 14,0 A) en stopt met een foutcode bij 18 A (service manual). Maximale stroom 15,8 A (3,56 kW); backup heater 13,0 A (3,00 kW).

Een C-automaat mag. De kans dat de hoofdzekering eerder uitschakelt, is dan iets groter. Een C-karakteristiek lost een te lage stroomwaarde niet op.

Meningen verschillen.

Sommigen kiezen B20 voor de compressor: stroom boven 16 A komt zelden voor, maar een B16 zet de unit dan uit. Anderen houden B16 aan, omdat B20 dicht bij een hoofdzekering van 25 A zit en niet selectief is. Een B20 op 2,5 mm² kan ook te hoog zijn bij een lange kabel.

Bronnen

Aardlek

  • Gebruik een aardlekautomaat of aardlekschakelaar type A. Type AC reageert alleen op sinusvormige lekstroom. Een oude type AC is ongeschikt voor de warmtepomp.
  • De handleiding van de J-serie noemt type AC voor power supply 2 (de backup heater) en type A voor power supply 1. Beide: 30 mA, 2-polig. Type A kan altijd.
  • Het beste is per voeding een eigen aardlekautomaat. Deelt de warmtepomp een aardlek met andere groepen, dan tellen de lekstromen op. De aardlek kan dan uitschakelen terwijl er geen fout is. U ziet dan ook niet of het lek in de unit, de kabel of de werkschakelaar zit.
  • Laat de aardlekschakelaars in de unit zitten. Bij een aardfout ziet u dan of de fout in de unit of in de kabel zit.
  • Doet de testknop van een aardlekschakelaar in de unit niets? Dan staat er geen spanning op.

Praktijkgeval (J-serie): de aardlek in de meterkast schakelde na uren of dagen uit. Achter die aardlek zaten ook drie lichtgroepen. Een eigen aardlekautomaat voor de warmtepomp loste het op.

Bronnen

1-fase unit in een 3-fase meterkast

Een 1-fase unit kunt u op twee manieren op een 3-fase kast aansluiten:

  1. Twee losse groepen, elk met een eigen kabel 3×2,5 mm².
  2. Eén 3-fase aardlekautomaat (16 of 20 A) op twee fasen, met één 5-aderige kabel. De derde fase dopt u af. In de unit lust u de nul door naar beide aardlekschakelaars; elke aardlekschakelaar krijgt een eigen fase. Eén nul is genoeg: bij 16 A op twee fasen loopt er ook 16 A door de nul. U maakt zo de hele kabel in één handeling spanningsloos.

Sluit de unit niet als 1-fase kookgroep aan op een netaansluiting van 3×25 A. Compressor en backup heater samen vragen dan te veel van één fase.

Meningen verschillen.

Volgens één gebruiker moeten twee losse groepen op dezelfde fase zitten, omdat er anders 400 V tussen de groepen staat. Anderen gebruiken juist twee fasen met een gedeelde nul, via een 3-fase automaat. Twee losse 1-fase groepen in één 5-aderige kabel mag volgens sommigen niet: wie één groep uitzet, denkt dat de unit spanningsloos is. Een ander zegt dat meer mag dan vaak wordt beweerd, mits u aan de voorwaarden voldoet.

Bronnen

T-CAP en andere 3-fase units

Een 3-fase T-CAP heeft twee 3-fase voedingen: één voor de unit en één voor de backup heater. Gangbaar zijn twee 3-fase aardlekautomaten van 16 A en twee 5-aderige kabels.

  • In het installateursmenu kiest u een backup heater van 3, 6 of 9 kW.
  • Volgens het schema van de MXC12H9E8 gebruikt de heater L1 en L2 alleen bij 6 en 9 kW. De detectie zit op L3. Sluit toch alle drie de fasen aan; de kabel trekt u toch al.
  • In dat schema heet de 3-fase voeding van de backup heater power supply 3. Drie relais (RY-HT L1, L2, L3) schakelen de drie heaterelementen. Een nul met zekering (FUSE2) loopt naar de elementen. De SWW-booster (RY-BOOSTER) hangt aan dezelfde voeding.
  • Power supply 1 van de T-CAP kan ook op een 16 A-aardlekautomaat.

Bronnen

Werkschakelaar

Een werkschakelaar staat bij de unit. Zo kan wie aan de unit werkt de spanning zelf uitzetten. Bij de meterkast voegt hij niets toe.

  • Bij onderhoud zetten veel gebruikers de groepen in de meterkast uit en de twee aardlekschakelaars in de unit.
  • Twee fasen van één 3-fase automaat mogen samen door één 3- of 4-polige werkschakelaar. Beide fasen gaan dan samen uit.
  • Per groep loopt maximaal 16 A. Kies de werkschakelaar daarop.
  • Bekende storing: een draad die niet goed vastzit in een buitenwerkschakelaar, samen met vocht. Dat geeft uitval van de unit of H90.

Let op: Spanning via de thermostaat.

Een extern gevoede thermostaat op CN2 kan 230 V op de print zetten, ook als de groepen en werkschakelaars uit staan. Zie Kamerthermostaat.

Meningen verschillen.

Volgens sommigen is een werkschakelaar officieel verplicht, met slot in de uit-stand. Anderen zeggen dat de NEN 1010 hem niet verplicht en dat een automaat als lastscheider mag dienen. Ook een stopcontact tot 16 A kan als lastscheider dienen.

Bronnen

Afstandsbediening en HeishaMon

  • De afstandsbediening (controller) gebruikt een 2-aderige zwakstroomkabel, bijv. 2×0,75 mm². Een UTP-kabel werkt ook, in de praktijk tot 25 m.
  • Leg bij voorkeur een kabel met extra aders (bijv. 4×0,8 mm²). Dan kunt u later een thermostaat of sensor aansluiten.
  • HeishaMon gaat op CN-CNT, de plek van de CZ-TAW1. HeishaMon wordt geleverd met een 5-polig kabeltje. Zie de HeishaMon-documentatie.

Bronnen

Driewegklep en andere uitgangen op de print

  • Een driewegklep heeft drie draden: open-dicht-nul, of open (of dicht)-nul-fase. Op de print schakelt 230 V tussen O en C. Gebruik kabel met isolatie voor 230 V.
  • WH-MDC07J3E5: de klep gaat op CN1-4/5/6. Gebruik geen geel-groene ader voor iets anders dan aarde.
  • De handleiding (J-serie) noemt voor de driewegklep: 3×min. 1,5 mm², maximaal 9,8 VA, maximale kabellengte 50 m, een klep met veer (stroomloos staat de doorgang naar de verwarmingskant) en een CE-markering. Twee kleppen op één uitgang mogen samen niet boven 9,8 VA komen.
  • Kies een klep die standaard open of dicht is (NO/NC) zoals u hem nodig hebt. Draden omwisselen werkt niet: veel kleppen gebruiken de waterstroom om te sluiten.
  • Op de print van de WH-MDC07J3E5 zitten CN1 (tweewegklep: C O N; driewegklep: C O N), CN2 (optionele thermostaat: H C N L), CN3 (bivalente bron of ontdooisignaal, extra pomp, elektrische SWW-heater met maximaal 3 kW), CN4 (externe regeling, afstandsbediening), CN5 (buitentemperatuur- en tanksensor) en CN6 (kamersensor, beveiliging tegen oververhitting van de SWW-heater).
  • Een droogkookbeveiliging van de SWW-tank gaat op CN6-1/2, anders een draadbrug. Zie H91.
  • Aquarea M standalone (SDC0316M9E8): op CN3 zit een schakelcontact voor een ketel of een ontdooiklep.

Klep schakelt niet (9J). Maak de draden los en start de klep via actuator check in het servicemenu. Meet op de print tussen N en O en tussen N en C. Meet u 0 V, terwijl de tweewegklepuitgang ernaast wel 230 V geeft? Dan zit de fout in het relais (RY-V3), de schroefklemmen of de print.

Bronnen