Ga naar inhoud

Plaatsing en installatie

Een Panasonic Aquarea monoblock kunt u zelf installeren. Alle koeltechniek zit in de buitenunit. U sluit alleen water en stroom aan. Deze pagina gaat over plaatsing, fundering, dooiwater, wateraansluitingen, expansievat, vorst, vullen en isolatie.

Voor leidingmaten, filters, lucht en druk in het algemeen, zie Hydrauliek. Voor flowstoringen na de eerste start, zie Storingen en foutcodes.

Zie ook: Ontdooien · Buffervat · Instellingen · Bekabeling · Modellen

Let op: Split en bibloc: koelleidingen alleen door een gecertificeerd installateur.

Bij een split of bibloc loopt koudemiddel tussen binnen- en buitenunit. Aansluiten, vacuüm trekken en vullen van die leidingen is werk onder de F-gassenregels. Doe dit niet zelf. Een gecertificeerd (STEK-)monteur doet dit. De rest (plaatsen, water, stroom) kunt u wel zelf voorbereiden. Een monoblock heeft dit probleem niet, maar het water buiten kan bevriezen (zie Vorst en stroomuitval).

Bronnen

Plek en vrije ruimte

De algemene regels voor luchtstroom, omkasting, dak en wind staan bij Ontdooien: plaatsing. Voor Panasonic komt daar bij:

  • Ruimte achter de unit. Houd ruimte voor de luchttoevoer, de leidingen, de buigstraal van de flexslangen en onderhoud. In de praktijk houden gebruikers 250 tot 300 mm aan.
  • Meerdere units. Plaats ze naast elkaar met minimaal 100 mm ertussen. Plaats ze niet achter of tegenover elkaar: de ene unit zuigt dan de uitblaaslucht van de andere aan.
  • Gewicht. Een unit met water en steunen weegt ongeveer 100 kg. Houd daar rekening mee bij plaatsing op een dak.

Meningen verschillen.

  • Volgens de handleiding van de J-serie is 100 mm aan de achterkant genoeg.
  • De oudere design manual (H-serie) noemt 300 mm. Gebruikers vinden 100 mm te krap voor leidingen en onderhoud.
  • De pagina Minimum distances for outdoor units in de design manual noemt drie afstanden per zijde: 100, 300 en 1000 mm.
  • 250–300 mm is volgens een leverancier genoeg, omdat er ook lucht van onderen komt.

Bronnen

Fundering

  • Twee betonbanden haaks op de unit. De handleiding toont twee blokken onder de unit (30 × 15 × 60 cm). Veel gebruikers leggen twee opsluitbanden of betonbanden van 60–80 cm dwars onder de unit.
  • Gebruik de buitenste montagegaten. De compressorkant (rechts) is veel zwaarder dan links. Steunpunten verder naar binnen maken de unit instabiel.
  • Bouten. De gaten in de voeten zijn 13 mm. Maximaal M12 past.
  • Waterpas en hoogte. Met draadeind en moeren op bigfoots stelt u de unit waterpas en staat hij vrij boven het grind. Dat helpt ook bij het dooiwater.

Meningen verschillen.

  • Demping. Bigfoots, rubber of veren onder de unit beperken trillingen en geluid.
  • Massa. Veren en dempers zijn niet nodig. Bout de unit vast op zwaar beton (ongeveer 100 kg), zodat hij niet kan bewegen.

Bronnen

Dooiwater en condens

Net als een koelkast loost de buitenunit condens- en dooiwater. Bij een ontdooicyclus komt er veel water uit de hele bodemplaat (base pan), ook uit de gaten helemaal links.

  • Grindbed. Gebruikelijk is 40–50 cm grind onder en naast de unit. Maak het bed breder dan de unit. Anders loopt een deel van het water over de tegels en bevriest het.
  • Afvoer. Zonder afvoer groeit er bij vorst een plaat ijs. Strooien met zout helpt tijdelijk, maar is geen oplossing.
  • Rubberdoppen. De meegeleverde doppen voor de gaten in de bodemplaat horen bij een bodemplaatverwarming met één open afvoer. Gaten dichtmaken zonder die verwarming geeft kans op ijs in de bodemplaat.

Afvoer onder een binnenunit (all-in-one, bibloc).

Onder sommige binnenunits zit een extra afvoeropening. Wat die doet, is niet duidelijk. Panasonic noemde hem een waterafvoer en adviseerde aansluiten op het riool (K-serie). Een installateur noemt het een aftappunt om de tank te legen. Bij een L-serie bibloc schrijft Panasonic een 17 mm slang voor. De handleiding eist doorlopend afschot, een vorstvrije plek en een uitlaat naar buiten, niet in een rioolbuis waar ammoniak of zwavelgas kan ontstaan. Bij condens (koelen) komt er minstens 6 mm extra isolatie bij. Een gebruiker met een split T-CAP ziet er geen water uit komen.

Bronnen

Wateraansluitingen

De monoblock heeft voor aanvoer en retour 5/4" (1¼") buitendraad. Een 1"-fitting past niet.

  • RVS-flexslang. Sluit de unit aan met een RVS-flexslang. Die vangt trillingen op en maakt aansluiten makkelijker. Een slang met nominaal 1" en een 5/4"-wartel aan de kant van de warmtepomp is gebruikelijk.
  • Overgang naar de leiding binnen. Fittingen in 5/4" zijn duur en slecht leverbaar. Opties: een stalen perssok 5/4" × 28 mm, of een 5/4"-knelpuntstuk met een verloopbus. Elke extra draadverbinding is een extra kans op lekken.
  • Draad afdichten. Loctite 55 is een eenvoudig alternatief voor hennep en teflontape.
  • Filter en kranen. Zet een afsluiter voor en na het vuilfilter en een in de aanvoer. Zorg dat u het filter makkelijk kunt legen; anders doet u het niet. Meer over filters staat bij Hydrauliek: water.
  • Binnenunit (bibloc). Het Panasonic-schema voor een hydraulische binnenunit noemt een filter van minimaal 500 µm als verplicht. Een luchtscheider is optioneel. Een debietregelklep met directe aflaat is aanbevolen. Bij een warmwatervat is een buffer van 50 L verplicht.
  • Zand. Dop de buizen af tot u ze aansluit.
  • Blijft de oude cv-ketel in het circuit? Zie Hydrauliek: bypass.

Voorbeeld van de volgorde bij een monoblock met een warmwatervat op zolder en vloerverwarming via een platenwisselaar. De hoofdleidingen zijn 32 mm.

    flowchart LR
    U["Buitenunit"] -->|aanvoer| O[Ontluchter]
    O --> K[Klep]
    K --> V["Vloerverwarming (via platenwisselaar)"]
    K --> D[Driewegklep]
    D --> S["Warmwatervat"]
    D --> R[Radiatoren]
    V -->|retour| F[Vuilfilter]
    R -->|retour| F
    F --> U
  

Meningen verschillen.

  • Gebruik binnen liever meerlaagse buis of Hep2O, en houd de omvlochten slang buiten.
  • Flexslang tot binnen is makkelijker voor doe-het-zelvers, maar lastig als u wilt koelen.

Bronnen

Expansievat en waterinhoud

In de monoblock zit een expansievat van 6 L. Volgens de handleiding is dat genoeg voor 150 L systeeminhoud (1-fase) of 200 L (3-fase). Hoe u de waterinhoud uitrekent, staat bij Hydrauliek: druk.

  • Die grens geldt voor radiatortemperaturen. Vloerverwarming wordt hooguit ongeveer 35 °C. Het water zet dan veel minder uit. Ook met iets meer dan 150 L is een extra vat dan vaak niet nodig.
  • Zelf uitrekenen. De Panasonic design manual (2018), paragraaf 5.3.5 Expansion Vessel, geeft de berekening.
  • Extra vat. U kunt het overal in het circuit plaatsen, bijv. op zolder. Trek de 6 L van het interne vat af van wat u nodig hebt. Een gebruiker noemt een voordruk van 0,5 bar bovenin en 1 bar beneden, maar is niet zeker. Controleer dit voor uw situatie.
  • Oud cv-vat. Het interne vat gaat ooit lek. Een gebruiker raadt aan een lek vat van de oude ketel gewoon los te schroeven en af te doppen als u het niet nodig hebt.
  • Dalende druk. Een gebruiker met een 7J zag de waterdruk langzaam dalen zonder extra vat, waarschijnlijk via het overdrukventiel. Na het aansluiten van een extra vat op zolder bleef de druk gelijk. Dit is één melding; of het ook voor andere modellen geldt, is niet bekend.
  • Hoogte. Boven ongeveer 7–9 m hoogteverschil vraagt Panasonic volgens gebruikers een extra vat. Controleer de grens in de handleiding van uw model.
  • Verwarming in het vat. Het interne vat heeft een elektrisch element tegen bevriezing. Sommige leveranciers kunnen het interne vat verwijderen.
  • Minimale inhoud. De design manual noemt voor de J-serie tot 9 kW een minimale systeeminhoud van 30 L. Zie Buffervat.

Meningen verschillen.

Voor de grootte van een extra vat noemen gebruikers twee vuistregels: 10 % van de waterinhoud (cv) of 4 % (warmtepomp, volgens warmtepomp-weetjes).

Bronnen

Vorst en stroomuitval

Bij een monoblock staat water buiten. Zolang er stroom is, beschermt de vorstbeveiliging van de warmtepomp het water: de pomp gaat draaien en zo nodig ook de compressor. Bij een lange stroomuitval in de winter kan de unit bevriezen.

  • De warmtepomp gaat soms aan na uitzetten. Bij een T-CAP (WH-WXG12ME8) startte de vorstbeveiliging kort na het uitzetten, met hoge flow. Volgens een installateur houdt de unit zonder binnendeel de retour op 26 °C bij minder dan 4 °C buiten, en op 28 °C bij minder dan 0 °C. Zet de unit bij nachtvorst liever niet uit.
  • Backup heater op een aparte groep helpt alleen als de voeding van de buitenunit uitvalt, niet bij een volledige stroomuitval.
  • Vorstkleppen: handleiding. Monteer ze buiten, op de plek waar het het koudst wordt. Houd ze ver van warmtebronnen, anders werken ze niet goed. Plaats er een in de aanvoer en een in de retour. De installatie moet altijd onder druk staan, ook tijdens het aftappen via de klep.
  • Glycol wordt afgeraden.

Let op: Bevriezing bij stroomuitval.

Valt de stroom lang uit bij vorst, dan bevriest het water in de buitenunit en de buitenleidingen. Bent u thuis: schakel de stroom uit, sluit de afsluiters en draai de slangen los om af te tappen.

Meningen verschillen.

  • Risico accepteren. Veel gebruikers plaatsen geen vorstkleppen. Een lange stroomstoring terwijl u niet thuis bent, is zeldzaam. Zij zorgen voor afsluiters en een aftappunt.
  • Vorstkleppen (bijv. Caleffi) zijn bij een leverancier standaard. Zij laten de unit leeglopen als het water te koud wordt. Ze werken alleen goed met een vulautomaat, en mogelijk storen ze de eigen vorstbeveiliging van Panasonic.

Bronnen

Vullen, ontluchten en eerste start

  1. Manometer. Zet een drukmeter bij het vulpunt. Anders moet u de unit openschroeven om de druk te zien.
  2. Automatische ontluchter openen. Draai het dopje van de ontluchter boven in de unit een hele slag open, zoals de handleiding zegt.
  3. Vullen. Vul het systeem en ontlucht de radiatoren. De handleiding vraagt minimaal 0,5 bar. Druk en hoogte: zie Hydrauliek: druk.
  4. Ontluchtingsprogramma (air purge). Laat het minstens 15 minuten draaien. Lucht in de backup heater geeft anders H70. De pomp draait dan op hoge flow (gemeld: 47 l/min) en stopt na ongeveer een kwartier vanzelf. Vul water bij als de druk zakt.
  5. Na elke keer bijvullen opnieuw het ontluchtingsprogramma draaien.
  6. Controleer de instellingen: kalibratie van de sensoren en de maximale pompflow per model. Zie Instellingen.

Krijgt u H62 of H20? Zie Storingen en foutcodes.

Meningen verschillen.

  • Laat de automatische ontluchter open staan.
  • Druppelt hij na een paar dagen nog, dan mag hij dicht. Ontlucht dan af en toe op het hoogste punt en bij het filter. Druppelen komt vaak door lucht die nog in het systeem zit.

Bronnen

Leidingen naar binnen en isolatie

  • Doorvoer. Eén 110 mm mantelbuis past net voor twee flexslangen en de kabels, zonder isolatie. Met isolatie hebt u meer ruimte nodig. Twee 32 mm buizen met 20 mm isolatie passen elk door een 100 mm pvc-buis met bochten van 45°. Zo loopt er geen regenwater naar de kruipruimte.
  • Muur. Vul de doorvoer met waterdicht PUR. Een muurdoorvoerplaat voor aircoleidingen maakt het netjes en weerbestendig.
  • Buiten. Gebruik Armaflex zonder plaknaad; een plaknaad laat na een paar jaar los. Een gespleten mantelbuis eromheen beschermt de isolatie. Leg de naad naar onder, zodat er geen water in blijft staan.
  • Koppelingen buiten hoeft u niet te isoleren. Het verlies is klein naast de ongeïsoleerde binnenkant van de unit.
  • Kruipruimte. Gewone schuimisolatie van 15 mm volstaat voor verwarming. Wilt u koelen, dan worden de leidingen nat van condens. Kies dan geen staal.

Bronnen