Ga naar inhoud

Geluid en omkasting

De buitenunit van een lucht-waterwarmtepomp maakt geluid. Of dat hinder geeft, hangt af van de plaats, de ondergrond en de omgeving. Deze pagina gaat over het geluid van de buitenunit, over trillingen en over een omkasting.

Zie ook: Ontdooien · Hydrauliek · Pendelen · Panasonic: plaatsing

Waar het geluid vandaan komt

  • Ventilator. Een zacht blazend geluid. Na isolatie van de compressor is de ventilator vaak het enige dat u nog hoort.
  • Compressor. Een brom. Bij sommige units is de compressor juist op een laag toerental (rond 20 Hz) het best te horen.
  • Plaatwerk. De compressor laat de behuizing trillen. Het plaatwerk werkt dan als een klankkast en kan rammelen.
  • Trillingen via de ondergrond. Een unit op een dak, beugel of voet kan trillingen aan het huis doorgeven. Binnen hoort u dan een lage bromtoon.
  • Ontdooien. Tijdens het ontdooien komt er een wolk stoom van de verdamper. Dat is normaal. Het geluid binnen bij het ontdooien komt meestal van de hoge flow in de leidingen. Zie Ontdooien. Bij ongeveer 2 °C buiten volgt er ongeveer elk uur een ontdooibeurt. De compressor loopt dan kort op tot ongeveer 80 Hz.

Een warmtepomp maakt het meeste geluid bij vorst, als hij op hoog vermogen draait. Een tapwaterrun kan even hard zijn. Wilt u een unit beluisteren voor u koopt, doe dat bij koud weer of tijdens een tapwaterrun.

Bronnen

Geluidsnormen en afstand tot de buren

Voor een buitenunit gelden wettelijke eisen op de erfgrens en bij de gevel van de buren. Een gebruiker vatte ze in mei 2023 zo samen. Regels kunnen sindsdien veranderd zijn:

PlaatsTijdMaximaal
Perceelgrens (nieuwbouw)altijd40 dB
Gevel van de buren07:00–19:0045 dB(A)
Gevel van de buren19:00–23:0040 dB(A)
Gevel van de buren23:00–07:0035 dB(A)

Controleer de regels die nu gelden bij uw gemeente. De overheid heeft een rekentool voor warmtepompgeluid. Reken uw eigen situatie door; neem geen oplossing van een ander over.

  • Twee getallen. Het geluidsvermogen (sound power level) is wat de unit in totaal uitstraalt. Het geluidsdrukniveau is wat u op een plaats hoort of meet. Dat hangt af van afstand, richting en weerkaatsing. Reken altijd met het geluidsvermogen uit de specificaties. Een waarde op 1 meter zonder meetmethode zegt weinig. Lage waarden in een brochure zijn niet altijd te vergelijken.
  • Weerkaatsing. De grond of een dak geeft al ongeveer 3 dB meer. Een muur of stenen schutting erbij geeft samen al snel 6 of 9 dB meer. Tussen twee blinde muren is het voor en achter 9 dB harder.
  • Richting. Laat de unit uitblazen naar een plek zonder buren, bijv. de straat. Een garage of schuur tussen de unit en de buren helpt.
  • Overleg. Praat voor de plaatsing met de buren.

Meningen verschillen.

  • Reken streng. De norm geldt op vollast. Een omkasting of geluidsscherm kan nodig zijn om te voldoen.
  • In de praktijk valt het mee. De warmtepomp draait bijna nooit op vollast. Veel units staan vlak bij een raam en niemand hoort ze. Een omkasting kunt u later nog plaatsen.

Bronnen

Ondergrond en trillingen

  • Massa. Trillingen demp u met massa en veren samen. Een veer of een dunne mat zonder massa doet weinig tegen lage tonen. Zet de unit op zware tegels of een betonblok. De fabrikant meet het geluid ook op een betonnen ondergrond.
  • Veren. Komt er toch een brom het huis in, zet dan veren onder de massa. Veren zijn vaak niet nodig als er genoeg massa onder staat. Kies veervoeten op het gewicht van de unit: een datasheet geeft per voet een belastingsbereik, bijv. 46 tot 100 kg. De veren maken de unit samen met de onderbouw hoger; reken met die hoogte.
  • Rubber. Rubberen dempers worden hard bij vorst. Dan werken zij minder goed.
  • Houten dak. Een houten dak of garagedak heeft een slechte naam. De planken tussen de balken resoneren op de lage tonen van de compressor. Verdeel het gewicht met een frame over een groter oppervlak, met massa en veren.
  • IJs. Bevroren water op het dak of ijs rond de voeten maakt de ondergrond stijf. De unit geeft dan bij vorst een brom door die er in de zomer niet was.
  • Gevel. Een unit aan de gevel kan op beugels met rubberen dempers en trillingsontkoppelde pluggen. U hoort hem binnen dan zacht. Aan een slaapkamermuur is dat minder zeker.

Bronnen

Leidingen

Sluit de unit aan met flexibele slangen, bijv. RVS-flex. Dan gaan minder trillingen via de leidingen het huis in. Slangen vangen ook het krimpen en uitzetten van de leidingen op. Zonder slangen kunnen koppelingen en steunen op den duur breken.

Meningen verschillen.

Een unit die al jaren direct op kunststof buis is aangesloten, zonder flex, gaf geen problemen. Anderen raden dat af, omdat de unit op vol vermogen flink kan trillen.

Bronnen

Isolatie in de unit

Isolatie aan de binnenkant van het plaatwerk maakt de compressor stiller:

  • Plak antidreun- of bitumenmatten op de panelen. Dat dempt het rammelen van het plaatwerk.
  • Leg akoestisch schuim of isolatie rond de compressor of tegen de wanden.
  • Gebruik materiaal dat tegen 150 °C kan. Achterpanelen zijn lastig te bereiken; haal eerst het bovenpaneel en de schroeven los.
  • Een kant-en-klare set van de fabrikant kost ongeveer € 200. De maten passen niet altijd en de unit kan al gedempt zijn.
  • Verwacht geen wonderen. De ventilator blijft hoorbaar. De compressor is daarna op een laag toerental nog iets te horen.

Meningen verschillen.

  • Het helpt. Na isolatie is vooral de ventilator nog te horen en twijfelt men of de unit draait.
  • Het effect is klein of moeilijk te meten. Een unit die al stil is, wordt er niet veel stiller van.
  • Pas op met de compressor. Een compressor heeft koellucht nodig. Pak hem niet helemaal in. Dempen in de omgeving van de compressor is veiliger.

Bronnen

Omkasting

Een omkasting kan het geluid naar de buren beperken en de unit uit het zicht halen. Maar elke kast beperkt de luchtstroom, en dat kost rendement.

  • Koude lucht terug in de inlaat. Lamellen voor de uitblaas geven overdruk in de kast. De koude uitblaaslucht zoekt dan de weg naar de inlaat. Gemeten: een buitentemperatuur die 4 tot 5 °C lager lag, bij een ander 2 °C. Na het weghalen van de kast werden de runs langer. Zie ook Ontdooien: plaatsing en omkasting.
  • Kasten voor airco’s. Een ombouw voor een airco is niet gemaakt voor de grotere luchtstroom van een warmtepomp. Een kast die de uitblaas voor meer dan de helft dichtzet, werkt niet.
  • Goede kast.
    1. Weinig, dunne lamellen onder een vlakke hoek, met veel open ruimte.
    2. Een schot in de kast tussen uitblaas en inlaat.
    3. Lamellen die u los kunt nemen voor onderhoud. Sommigen halen de lamellen voor de ventilator in de winter weg.
    4. Houd de onderkant dicht, zodat de lucht daar niet terugstroomt. Houd planten weg van de unit.
  • Alleen een dak. Een dak of carport boven de unit weert regen en sneeuw, zonder de luchtstroom te beperken.
  • IJs. Een kast die tegen de gevel leunt en vlak naast de voeten staat, kan bij vorst vastvriezen. Het ijs op kast en voeten geeft dan een brom door.

Bronnen

Stille modus

Veel warmtepompen hebben een stille modus. Die begrenst het toerental van de compressor en de ventilator. De unit maakt dan minder geluid, maar levert ook minder vermogen en het rendement daalt. De stille modus is nuttig voor de nacht. Bij een klein watercircuit kan hij helpen om de aanvoertemperatuur niet direct te overschrijden. Tijdens het ontdooien is het geluid nauwelijks te sturen. Of de stille modus dan helpt, is niet zeker.

Mogelijk geeft de stille modus meer ontdooicycli. Dat is niet bevestigd.

Bronnen