Ga naar inhoud

Tapwater (SWW)

Een warmtepomp kan ook sanitair warm water (SWW) maken. U hebt dan een boilervat met een verwarmingsspiraal, een driewegklep en een temperatuursensor in het vat nodig. Tijdens een SWW-run zet de driewegklep het cv-water van de warmtepomp door de spiraal in het vat. Een buffervat is geen boilervat: het water in een buffervat is cv-water, geen tapwater.

    flowchart LR
    WP["Warmtepomp"] --> K{"Driewegklep"}
    K -->|"verwarmen"| CV["Verwarmingscircuit"]
    K -->|"SWW-run"| SP["Spiraal in boilervat"]
    SP --> WP
    CV --> WP
    S["Temperatuursensor in vat"] -.->|"vat te koud: start SWW-run"| K
  

De driewegklep heeft een motor. Er zijn twee soorten. Een klep met een kamer sluit vaak niet helemaal af. Dat geeft problemen bij vloerverwarming of koeling. Een kogelkraan met een T-boring draait zwaarder, maar lekt weinig water tussen beide circuits. Bij een boilervat hoort ook een NTC-sensor. Een NTC met een andere B-waarde dan de regeling verwacht, meet fout: bij 60 °C ongeveer 1,5 °C (B 3560) tot 5,5 °C (B 4000) afwijking. Een thermostatische mengkraan op de tapwateruitgang beperkt de uitlooptemperatuur.

Voor legionella en de wekelijkse verhitting, zie legionella.

Bronnen

Zie ook: Legionella · Ontdooien · Panasonic: instellingen

Grootte van het vat

U mengt het water uit het vat met koud water tot ongeveer 34–40 °C. Bepaal daarom eerst hoeveel water van douche- of badtemperatuur u per dag gebruikt. Kies daarna het volume en de temperatuur van het vat. Een heter vat levert meer gemengd water uit hetzelfde volume.

Voorbeeld: een bad van 200 L op 40 °C vraagt ongeveer 140 L water van 50 °C. Een bad dat u niet tot de rand vult, vraagt minder.

VatTemperatuurWat het levert (praktijk)
300 L48 °Céén bad en vier douchebeurten
300 L45 °Ceen groot bad, daarna nog een korte douche
80 L—genoeg met een douchekop van 6 l/min; het vat warmt bij tijdens het afdrogen

Let ook op het stilstandverlies. Een goedkoop vat met een slecht energielabel (bijv. label C) verliest veel warmte.

Meningen verschillen.

  • 300 L is vaak genoeg. Weinig huishoudens gebruiken echt 300 L van 50 °C per dag.
  • Groter bij veel badgebruik. Huishoudens met een bad en een regendouche vinden 300 L soms te klein. Een bad plus een douchebeurt binnen een uur kan 250 L kosten. Vaten van 400 L of meer met een spiraal voor een warmtepomp zijn moeilijk te vinden.

Bronnen

Spiraaloppervlak

Een cv-ketel levert heet water. Een warmtepomp levert water dat maar een paar graden warmer is dan het vat. De spiraal draagt alleen warmte over zolang de aanvoer genoeg warmer is dan het water in het vat. Een groter oppervlak geeft bij hetzelfde temperatuurverschil meer vermogen.

Is de spiraal te klein, dan kan de spiraal het vermogen van de warmtepomp niet kwijt. De aanvoertemperatuur stijgt dan snel. De compressor schakelt uit voordat het vat op temperatuur is en de warmtepomp heeft meerdere runs nodig. Een lagere doeltemperatuur voor het vat helpt dan.

Een spiraal over de hele hoogte van het vat verwarmt sneller en zuiniger dan een spiraal alleen in de onderste helft.

Voorbeelden uit de praktijk:

VatSpiraalWarmtepompResultaat
300 L3,4 m²ca. 7 kW41 → 53 °C in ongeveer een uur
300 Lbovenste spiraal (zonneboilervat)9 kWwerkt ook in de winter

Meningen verschillen.

Op het forum circuleren vuistregels als “3 m²”, “0,3 m² per kW” en “1,2 m² voor 9 kW”.

  • Groter is beter. Een tweede spiraal in serie geeft extra rendement. De flow bepaalt veel; probeer het in uw eigen situatie.
  • Het valt mee. Het nodige oppervlak is te berekenen als tegenstroom-warmtewisselaar, bijv. met de rekentool van econo.nl. Een kleine spiraal werkt vaak prima.

Bronnen

Temperatuur en COP

Hoe hoger de temperatuur van het vat, hoe lager de COP. Voor SWW maakt de warmtepomp veel warmer water dan voor vloerverwarming. De COP van een SWW-run is daarom lager dan bij verwarmen: ongeveer 2 in de winter en 2–3 afhankelijk van het seizoen. Bij een koude dag en opwarmen tot 53 °C kan de COP onder 2 zakken.

  • Kies voor de dagelijkse run een lage temperatuur, bijv. 45–48 °C. Veel gebruikers hebben daar genoeg aan.
  • Hoger dan 55 °C is voor dagelijks gebruik niet nodig, tenzij de warmte gratis is (bijv. van zonnecollectoren).
  • Warm op met de warmtepomp, niet met een elektrisch element. De warmtepomp is sneller en zuiniger.

Bronnen

Opwarmtijd

De opwarmtijd hangt af van het vermogen van de warmtepomp, het volume, de temperatuurstijging en de spiraal. Gemelde waarden:

WarmtepompVatVan → naarTijd
7 kW300 L10 → 50 °Cca. 2 uur (mild weer)
7 kW150 L10 → 50 °Cca. 1 uur (mild weer)
7 kW180 Lbijna leeg → 48 °Cca. 75 min
ca. 7 kW300 L41 → 53 °Cca. 1 uur
9 kW300 L20 → 45 °Cca. 45 min
—200 L47 → 52 °Cca. 30 min

Voorbeeld uit een grafiek: een vat van 300 L gaat van ca. 42 naar ca. 53 °C in ongeveer anderhalf uur. De compressor begint op ca. 59 Hz en zakt tot ca. 17 Hz.

Een venster van een uur is voor een dagelijkse run van een 200 L-vat meestal genoeg. Duurt opwarmen veel langer, controleer dan de instellingen en de aansluiting.

Tijdens een SWW-run verwarmt de warmtepomp het huis niet. Na de run komt de verwarming meestal snel terug op het oude niveau.

Bronnen

Wanneer opwarmen

Laat de warmtepomp het vat alleen in een vast venster opwarmen. Gebruik daarvoor de timer van de warmtepomp of domotica. Eén run per dag is meestal genoeg.

  • Net na de middag. De buitentemperatuur is dan het hoogst, dus de COP ook. Het huis is warm en het warmteverlies is klein.
  • Zonnepanelen. Een run rond het middaguur gebruikt eigen zonnestroom. Een vat kan zo dienen als warmtebatterij voor zonnestroom.
  • Vangnet. Zet buiten het venster een lage doeltemperatuur, bijv. 42 °C. Het vat warmt dan alleen bij als het na veel douchen echt leeg is.

Een regeling kan bijvoorbeeld een maximale opwarmtijd voor het vat hebben (bijv. 180 min) en een schakelverschil (bijv. −7 °C: de run start als het vat 7 °C onder het doel zakt).

Start de warmtepomp te vaak voor het vat? Vergroot dan het temperatuurverschil waarbij het vat opnieuw opwarmt, of plan één dagelijkse run. Een sensor hoger in het vat (bijv. op 2/3 in plaats van 1/3 van de hoogte) start de run later. U doet dan langer met het vat.

Bronnen

Elektrisch element in het vat

Veel boilervaten hebben een elektrisch element. Een element heeft een COP van 1. Gebruik het daarom alleen voor temperaturen die de warmtepomp niet haalt, of als extra in de winter (bijv. voor een bad).

  • Een warmtepomp met een los boilervat stopt vaak rond 55 °C. Het element doet dan de rest, terwijl de warmtepomp het huis weer verwarmt. Een losse warmtepompboiler kan soms tot 62 °C zonder element.
  • Een element dat hoog in het vat zit, verwarmt alleen het bovenste deel. Een circulatiepompje mengt het vat en maakt het hele volume bruikbaar.
  • Slaat het element vaak aan bij een gewone run, controleer dan de instellingen. Het element hoort de dagelijkse run niet te doen.

Let op: Elektrische veiligheid.

Een element werkt op netspanning. Schakel de spanning uit voordat u aan het element of de bedrading werkt.

Bronnen

Tapwater en ontdooien

Bij ontdooien haalt de warmtepomp warmte uit het water. Sommige warmtepompen kunnen die warmte uit het boilervat halen in plaats van uit het cv-systeem. Zie ook F12 (hoge druk bij SWW) op Panasonic: storingen.

Ontdooien viaVoordeelNadeel
Cv-systeemMeestal hogere COP, tapwater blijft warmAfgifte koelt af; bij koud retourwater (< 27 °C) springt soms een elektrisch element bij
BoilervatMeer comfort, afgifte blijft warmVat koelt af en moet opnieuw opwarmen

Bij koud en vochtig weer kan ontdooien via het vat een kringloop geven: ontdooien, vat opwarmen, weer ontdooien. Het huis krijgt dan weinig warmte. Ontdooien via de vloer en een buffervat kan dan beter werken.

Houd het retourwater bij ontdooien boven 20 °C. Dat geldt bij SWW en bij verwarmen.

Meningen verschillen.

  • Zelden ontdooien tijdens een SWW-run. Het water is dan warm en de buitenunit ontdooit pas weer na de run.
  • Juist vaker. Tijdens een SWW-run draait de compressor op een hogere frequentie. Daardoor ontdooit de warmtepomp vaker dan bij verwarmen.

Bronnen