Ga naar inhoud

Koelen

Een lucht-waterwarmtepomp kan in de zomer ook koud water maken. Dat water loopt door hetzelfde afgiftesysteem als in de winter: vloerverwarming, radiatoren, convectoren of fancoils. De grens is het dauwpunt. Onder het dauwpunt condenseert vocht uit de lucht op koude leidingen, vloeren en radiatoren.

Zie ook: Hydrauliek · Pendelen · Panasonic: instellingen · COP en meten

Dauwpunt en condensatie

  • Regel: een oppervlak dat kouder is dan het dauwpunt wordt nat. Dat geldt voor leidingen, verdelers, radiatoren en de vloer.
  • Dauwpunt bepalen. Reken het uit met de kamertemperatuur en de relatieve vochtigheid (RV), bijv. met de dauwpuntcalculator van weerschip.nl. Voorbeeld: 24 °C en 80 % RV geeft een dauwpunt van ongeveer 20,3 °C.
  • Binnen ≈ buiten. Bij gewone ventilatie is het dauwpunt binnen gelijk aan dat buiten. U vindt het bij het dichtstbijzijnde weerstation of via een weersensor in uw domotica.
  • Het dauwpunt wisselt sterk. In de zomer zijn binnen dauwpunten van 14–16 °C gemeld, maar ook 19,5 en 22 °C na een regenbui. Dan is koelen via vloer of radiatoren bijna niet meer mogelijk.
  • Vuistregel 18 °C. Daarom koelt men met een gewoon verwarmingssysteem meestal niet onder 18 °C aanvoer. Bij warm en vochtig weer is ook dat soms al te koud.
    flowchart LR
    A["Dauwpunt bepalen (kamertemperatuur en RV)"] --> B{"Oppervlak kouder dan dauwpunt?"}
    B -->|Ja| C{"Condensafvoer aanwezig?"}
    B -->|Nee| D["Koelen zonder condens"]
    C -->|Ja| E["Fancoil: ontvochtigt"]
    C -->|Nee| F["Condens op leiding, vloer of radiator"]
    F --> G["Water warmer maken of koelen stoppen"]
  

Bronnen

Koelen per afgiftesysteem

AfgifteAanvoer onder dauwpunt?Let op
Radiatoren, convectorenNeeCondens ontstaat hier het eerst. Werkt alleen met ventilatoren.
VloerverwarmingKort, als de vloer zelf boven het dauwpunt blijftVolg retour- en vloertemperatuur
Fancoils met condensafvoerJaOntvochtigen de lucht; alle leidingen dampdicht isoleren

Vloer

  • De aanvoer mag iets onder het dauwpunt liggen. Het gaat om de temperatuur van het vloeroppervlak. Voorbeeld: dauwpunt 16 °C, water 14 °C in en 18 °C uit, gemiddeld 16 °C.
  • Houd de retourtemperatuur en de vloertemperatuur in de gaten. Is de vloer even koud als het dauwpunt, dan bent u te laat en staan er plassen.
  • Condens komt traag: na enkele uren tot pas na één of twee dagen, eerst boven de aanvoerleidingen.
  • Een koele vloer haalt geen vocht uit de lucht. Bij een lange warme periode stijgt de RV in huis. Het dauwpunt stijgt mee en de vloer wordt steeds eerder nat.
  • Een ventilator die over de vloer blaast, helpt.
  • Sluit de badkamergroep af tijdens koelen. Een betegelde badkamer is vochtig en de vloer droogt slecht. Dit kan met een klep die bij koelen sluit.
  • Wees voorzichtig met een houten vloer. Onweer of extra gasten verhogen de RV snel. Een natte betonvloer drogen kan een dag duren.

Radiatoren en convectoren

  • Een radiator geeft af door luchtstroming. Die stroming komt van het temperatuurverschil met de kamer. Bij koelen is dat verschil klein. Koude lucht blijft onderaan hangen.
  • Zonder ventilatoren koelen ze bijna niet. Gebruik grote typen (T33, T22, dubbele convectoren) en veel luchtstroom. Dit heet light cooling: koelen boven het dauwpunt.
  • Stalen radiatoren en een RVS-verdeler condenseren snel. Sluit ze af of kies een kunststof verdeler.

Fancoils

  • Met condensafvoer mag het water onder het dauwpunt. Dat geeft veel meer koelvermogen.
  • Een fancoil ontvochtigt ook. Een werkwijze: koel met de vloer; stijgt de RV, sluit dan de vloer en koel een tijd met de fancoils op zeer koud water (bijv. 7 °C). Daarna kan de vloer weer enkele dagen koelen.
  • Condenserend koelen vraagt dat alle leidingen naar de fancoils dampdicht geïsoleerd zijn.

Bronnen

Leidingen isoleren

  • Dampdicht. Isoleer koude leidingen met Armaflex of een gelijkwaardig dampdicht materiaal. Gewone harde buisisolatie uit de bouwmarkt isoleert veel slechter.
  • Geen enkele kier. Lijm of tape alle naden, ook bij de beugels. Door een kier komt vocht bij de koude leiding.
  • Koppelingen. Platen Armaflex met de bijbehorende lijm passen ook om brede koppelingen. Zwachtel daarna af met tape.
  • Platen lijmen. Lijm de naden en randen volledig, volgens de handleiding van het isolatiemateriaal. Zwachtel daarna af met tape en isoleer de koppelingen apart.
  • In de grond. Isoleer ook in een mantelbuis dampdicht. Er kan water in de buis staan. Alternatief: een kant-en-klare geïsoleerde grondleiding.

Meningen verschillen.

Volgens één gebruiker verkopen sommige winkels isolatie die op Armaflex lijkt, maar niet dampdicht is. Een ander wijst erop dat dit Tubolit is, ook van fabrikant Armacell. Controleer dus of het product dampdicht is.

Bronnen

Hoeveel koeling u kunt verwachten

  • Vloer: ongeveer 20 W/m². Gemeld: 19 W/m² bij 120 m² en 3,1 kW bij 100 m² (water 14,2 °C in, 17,3 °C uit, EER 5,4). Bij verwarmen is dat veel meer.
  • Convectoren met ventilatoren: zeven grote convectoren konden het minimale vermogen van de warmtepomp kwijt bij 14 °C. Door condens lukt in de praktijk maar 16–18 °C. De warmtepomp draait dan ongeveer één keer per uur 30 minuten.
  • Radiatoren met ventilatoren: het water koelt snel af, de compressor stopt en daarna pompt hij lang rond. Reken op pendelen.
  • Vloer op laagste vermogen: een compressor op 19–20 Hz nam 450–570 W op. Het water ging met 17,7 l/min van 18,5 °C retour naar 15,3 °C aanvoer bij 22 °C buiten. Een dag met koelen van ongeveer 06:30 tot 19:00 kostte 5,7 kWh. Bij de start piekte het vermogen kort op 650–850 W.
  • Verbruik: een 7 kW-warmtepomp verbruikte van juni tot september 170 kWh voor koelen. De woonkamer werd niet warmer dan 22 °C.
  • Afgifte is de grens, niet de buitenunit. Het water moet warmte uit de kamer opnemen. Kijk naar de retourtemperatuur. Is die snel gelijk aan de aanvoer, dan neemt het water geen warmte meer op en stopt de compressor.

Meningen verschillen.

  • Weinig effect. Vloerkoeling geeft hooguit ongeveer 2 °C onder de buitentemperatuur. Vloerverwarming werkt vooral met straling en “koudestraling bestaat niet”. Een kamer met radiatoren krijgt u zonder fancoils niet koel.
  • Wel comfort. Op een koele vloer raakt uw lichaam zijn warmtestraling makkelijker kwijt. De vloer neemt ook warmte op van warmere vlakken. Wonderen zijn er niet, maar het is comfortabel. Na twee weken afwezigheid werd een huis snel leefbaar door de vloer te koelen.

Bronnen

Instellen en bewaken

  • Vaste aanvoertemperatuur. De meeste gebruikers koelen met een vaste watertemperatuur, niet met een stooklijn. Zij controleren zelf of er condens ontstaat.
  • Laag en lang. Laat de warmtepomp lang op laag vermogen draaien, niet kort en hard. Meer flow geeft meer koelvermogen, maar kost pompenergie.
  • Koel overdag. Geef koelen alleen vrij in de uren met de meeste warmte, bijv. 11:00–15:00.
  • Condensbewaking. Een condensvoeler op de leiding of een zelfbouwschakeling (twee temperatuursensoren, een vochtsensor en een relais) kan de koelvraag onderbreken als de leiding kouder wordt dan het dauwpunt.

Meningen verschillen.

Over de ΔT tussen aanvoer en retour bij koelen:

  • Kleine ΔT (2–3 °C) en maximaal pompen.
  • Grotere ΔT (4–5 °C). Dan pompt de warmtepomp minder en kan hij langer op laag vermogen draaien.

Bronnen

Alternatieven

  • Nachtventilatie. ’s Nachts ramen open of de ventilatie hoog is effectiever en goedkoper dan koelen met de warmtepomp.
  • Airco of fancoil. Een lucht-luchtwarmtepomp (airco) koelt sneller, ontvochtigt en kan in voor- en najaar snel bijverwarmen. Vooral op de bovenverdieping helpt dit: daar zit de warmte, terwijl de vloerverwarming beneden ligt.

Bronnen